Tarwe heeft zijn oorsprong in het Midden-Oosten, in het tweestromengebied, tussen Eufraat en Tigris. Reeds in 10.000 à 12.000 jaar voor onze tijdsrekening werd er tarwe gezaaid en geoogst. In eerste instantie werden deze granen rauw verbruikt. Later werden ze geroosterd of tot poeder gemalen wat ze beter verteerbaar maakten. Dit poeder (bloem) werd aangelengd met water en verwerkt in pap, in ronde platte koeken of brood.
Tarwe is uitstekend bewaarbaar. Dit liet bewoners toe een voorraad aan te leggen voor de kille wintermaanden. Zo kon men zich op een bepaalde plaats vestigen in plaats van rond te trekken door onbekende gebieden.
Tegenwoordig worden granen wereldwijd verwerkt tot verschillende eindproducten zoals brood, beschuit, gebak, koeken, ontbijtgranen, … Granen zijn het meest gebruikte voedingsmiddel ter wereld. In totaal wordt jaarlijks ongeveer 610 miljard kg tarwe geproduceerd, wat overeenkomt met 115 kg tarwe per inwoner.