Spreekt men over pasta, dan denkt men aan Italië. Maar de oorsprong van pasta ligt niet in Italië maar in het oude Mesopotamië, het gebied tussen de Tigris en de Eufraat. Reeds rond het jaar 1000 voor Christus werden er de eerste vormen van tarweverwerking in de vorm van pasta teruggevonden. Van daar uit zou de pasta in de 12de eeuw, via de Arabische kolonie Sicilië, naar Italië zijn overgewaaid.
Tot de 18e eeuw werden de deegwaren met de hand gemaakt. Erna ontstonden de eerste primitieve machines die uitgroeiden tot meer en meer geautomatiseerde kneedmachines en mechanische persen. Door deze eerste automatisering kon men pasta drogen en lang bewaren. Ook de prijs daalde enorm, wat haar populariteit in Italië drastisch verhoogde.
Tot in de 17e eeuw was Italië zowat het enige Europese land waar pastavormen als macaroni en vermicelli bekend waren. Langzamerhand verspreidde het gebruik zich en bereikte via Frankrijk ook België en de overige Europese landen. Door het wijde verbruik van pasta begonnen in de 20e eeuw meer en meer niet-Italiaanse bedrijven pasta te produceren.
Sindsdien heeft pasta voortdurend aan populariteit gewonnen, niet alleen bij de Belgische bevolking maar over de hele wereld. De grote variatie, de goede kwaliteit, maar ook de lage prijs en het gebruiksgemak werken meer dan overtuigend. Pasta is er voor iedereen. Een gezonde en lekkere maaltijd.