Deze rubriek geeft je enkele handige pasta-tips. Heb je een andere vraag rond pasta? Je kan ze hier stellen.
Betrouwbare basisingrediënten zijn essentieel voor een lekkere maaltijd. Maar ook een goede manier van bereiding is belangrijk. Vanaf nu kook je de lekkerste pasta volgens de regels van de kunst:
Je kan vermijden dat de pasta begint te kleven door hem met de saus in een (verwarmde) kom te mengen. Serveren gebeurt op de 'Italiaanse manier': rechtstreeks uit de kom.
Als je pasta als hoofdgerecht wil serveren neem je best zo'n 100 à 125g droge deegwaren per persoon. Dit is de gebruikelijke hoeveelheid voor 1 volwassene. Kinderen eten meestal wel wat minder.
Serveer je de pasta als bijgerecht (bijvoorbeeld ter vervanging van aardappelen of rijst, bij een stuk vlees of vis met groenten), reken dan zo'n 60 à 70g per persoon.
Kies met zorg de juiste saus bij de pasta. Spaghetti en capellini zijn geschikt voor sausen met vis, voor tomatensausen en voor alle sausen waarin olijfolie een belangrijk ingrediënt is.
De dikkere lange deegwaren (macaroni, fetucelli spaghetti rustica, …) vragen meestal om een dikkere saus, zoals witte sausen op basis van boter of kaassausen.
Bij een vleessaus past een (dikke) korte pastasoort, zoals penne rigate, korte macaroni of torselli. Ook heel goed bij vleessausen is de macaronelli: de kleine stukjes vlees kunnen zich in de openingen verspreiden.
Spirelli gaat prima samen met dikke, kruidige room- of vleessausen.
Als je lange pasta (spaghetti, capellini, …) kookt, druk deze dan met een houten lepel naar beneden, zodat de pasta rustig in het water glijdt. Breek de pasta nooit.