Tips

Deze rubriek geeft je enkele handige pasta-tips. Heb je een andere vraag rond pasta? Je kan ze hier stellen.

Hoe kook je de beste pasta?

Betrouwbare basisingrediënten zijn essentieel voor een lekkere maaltijd. Maar ook een goede manier van bereiding is belangrijk. Vanaf nu kook je de lekkerste pasta volgens de regels van de kunst:

  • Kook een grote hoeveelheid, licht gezouten water. Belangrijk is dat je zeker voldoende water gebruikt. Neem dus een grote, hoge kookpan en reken op 1 liter water per 100 g droge pasta.
  • Strooi de pasta in het water zodra het water kookt en roer tot het koken herneemt.
  • Roer tijdens het koken af en toe door het water.
  • De kooktijd varieert, afhankelijk van de vorm, de dikte en de kwaliteit van de deegwaren.
  • Volg de gebruiksaanwijzing op de verpakking, maar proef de pasta eens ongeveer 1 minuut voor het einde van de aangeduide kooktijd. Laat het water doorkoken tot de gewenste 'al dente'-beet.
  • Giet de pasta in een vergiet en overgiet heel even met water zodat het koken stopt. Schep de pasta in een kom. Om het kleven van de pasta te voorkomen, laat je een beetje water in de kom of overgiet je de pasta met een scheutje olie.
  • Serveer de pasta volgens het gewenste recept.

Hoe kan je kleven voorkomen?

Je kan vermijden dat de pasta begint te kleven door hem met de saus in een (verwarmde) kom te mengen. Serveren gebeurt op de 'Italiaanse manier': rechtstreeks uit de kom.

Hoeveel pasta heb je nodig per persoon?

Als je pasta als hoofdgerecht wil serveren neem je best zo'n 100 à 125g droge deegwaren per persoon. Dit is de gebruikelijke hoeveelheid voor 1 volwassene. Kinderen eten meestal wel wat minder.

Serveer je de pasta als bijgerecht (bijvoorbeeld ter vervanging van aardappelen of rijst, bij een stuk vlees of vis met groenten), reken dan zo'n 60 à 70g per persoon.

Bij elke pastavorm past een saus

Kies met zorg de juiste saus bij de pasta. Spaghetti en capellini zijn geschikt voor sausen met vis, voor tomatensausen en voor alle sausen waarin olijfolie een belangrijk ingrediënt is.

De dikkere lange deegwaren (macaroni, fetucelli spaghetti rustica, …) vragen meestal om een dikkere saus, zoals witte sausen op basis van boter of kaassausen.

Bij een vleessaus past een (dikke) korte pastasoort, zoals penne rigate, korte macaroni of torselli. Ook heel goed bij vleessausen is de macaronelli: de kleine stukjes vlees kunnen zich in de openingen verspreiden.

Spirelli gaat prima samen met dikke, kruidige room- of vleessausen.

Breek lange deegwaren nooit.

Als je lange pasta (spaghetti, capellini, …) kookt, druk deze dan met een houten lepel naar beneden, zodat de pasta rustig in het water glijdt. Breek de pasta nooit.